Voorbeeld sessie 3

Voorbeeld sessie 3

Drie reïncarnatiesessies

Een cliënte beschrijft drie opeenvolgende reïncarnatiesessies waarvan de laatste wel een heel bijzondere wending heeft!

Sessie 1. Een Eenzaam Leven
Dit zal mijn eerste sessie worden bij Wendy. Ik weet al een beetje wat me te wachten staat. We hebben het hier al uitgebreid over gehad. Toch ben ik wat nerveus. Iets daadwerkelijk gaan doen is wat anders dan er over praten! Misschien gebeurt er wel helemaal niks en kan ik straks onverrichter zaken weer naar huis… Wendy stelt me echter gerust en zegt dat het helemaal goed gaat komen.

Het probleem dat me in mijn huidige leven dwars zit, en dat ik graag wil aanpakken, is dat ik me altijd een beetje een buitenstaander voel. Het is alsof ik er nooit echt helemaal bij hoor. Soms zoek ik die eenzaamheid zelf op, vaak is het een gevoel dat me ineens overvalt. Ik wil graag weten waar dit gevoel vandaan komt, om er aan te kunnen gaan werken.

We gaan op zoek naar een bepaald tijdvak als uitgangspunt. Wendy zegt dat het niet uitmaakt of het nou tweeduizend jaar geleden is, honderd jaar, of desnoods in de Middeleeuwen. Ik kies op gevoel de Middeleeuwen en zeg dat ook tegen haar. Ze reageert verbaasd: “Ik zei helemaal geen Middeleeuwen”.

“ Je zei toch Middeleeuwen?” kaats ik uit het veld geslagen terug. Wendy houdt vol dat ze het woord Middeleeuwen niet in de mond heeft genomen. Hierdoor wordt duidelijk dat de Middeleeuwen zichzelf dus hebben aangekondigd, wat een prachtige manier is om te starten… Meteen dienen de eerste beelden zich aan. “Zo gemakkelijk gaat dat dus”, denk ik.

Ik ben een adellijke dame in de Middeleeuwen. Het voelt als ergens rond 1300. Ik ben door mijn ouders uitgehuwelijkt. En ik ben daar te onbezonnen in meegegaan.

Mijn jeugd kenmerkt zich door lichtheid, vrijheid, ongebondenheid. Ik zie mijzelf spelen met leeftijdgenootjes. Zowel andere adellijken als bedienden. Dat maakt voor ons niets uit. Ik ben erg jongensachtig, doe ook jongensachtige dingen. Mijn vader wilde liever een zoon, weet ik ineens. Ik zie een grasveld, kinderen, een groene omgeving, een stralend blauwe lucht. Spontaan komt in mij op dat dit Duitsland is, Lotharingen. Ik zie mijn ouderlijk huis, niet meer dan een stenen boerderij met een rieten dak. Een ruwhouten boerenkar met dichte wielen rijdt voorbij over een onverhard modderpad. Ik zie ook mensen in zeer eenvoudige kleding.

Toen ik jong was heb ik leren lezen in een klooster, van een geestelijke met wie ik een hele goede band had. Niet iets gewoons voor een meisje; leren lezen. Maar mijn vader liet het oogluikend toe. Ik zie mijzelf in een kleine kloostercel. Ik zit naast de geestelijke in een houten bank, voor ons een lessenaar met een prachtig bewerkt boek. Ik zie Gotische letters. Het meubilair is verfijnd en bewerkt. We zitten bij een smal, hoog raam vanwege het licht. Ik ben heel trots dat ik kan lezen.

Dan ben ik ineens in een kasteel in Frankrijk. Ik ben uitgehuwelijkt aan een oudere man. Dit was niet meer dan een zakelijke transactie. Mijn ouders zijn door een hongersnood verarmd en kunnen een goede bruidsschat voor mij krijgen. Tegelijk is het een slimme zet om mij in een hogere stand te laten trouwen, dit zal de hele familie ten goede komen.

Af en toe vragen stellend, en hier en daar een beetje sturend, loodst Wendy mij door de sessie heen. Het ene beeld na het andere volgt. Veel moeite kost het niet. Hoewel ik af en toe het idee blijf houden dat ik dit aan het fantaseren ben. Er komen echter ook beelden voorbij die ik zelf logischerwijs nooit zou bedenken. Die mij zelfs verrassen. Dit geeft mij het vertrouwen dat het allemaal echt is. Het maakt, dat ik me meer en meer ontspan en het gewoon maar laat gebeuren….

Mijn man is eerder getrouwd geweest, maar hij heeft nog geen erfopvolger. Ik moet daar voor gaan zorgen. Het voelt alsof hij een stuk ouder is dan ik.
Ik zie mezelf zitten in een paarse jurk, in een stenen vensterbank van het kasteel. Ik borduur.
Ook een beeld van mijzelf in het wit met zo’n lange puntmuts op. Ook wit.

Ik heb uiteindelijk geen kind gekregen. Puur om hem dwars te zitten. Het is mijn manier van stil verzet. Mijn man heeft mij om deze reden “gedumpt” in een kasteel. Niet een groot kasteel, meer een toren met een paar gebouwen er bij. Een “buiten”. Ik heb veel spijt dat ik hem gehuwd heb. Ik ben onbezonnen het huwelijk in gegaan. Deels omdat ik vals ben voorgelicht en door mijn ouders onder druk ben gezet. Maar ook omdat ik beter na had moeten denken. Als ik beter had nagedacht had ik het huwelijk nog kunnen afwenden. Nu moet ik mijn tijd uitzitten. Later heb ik vrede met de situatie, ik heb mij een soort beschouwelijke levenshouding aangemeten, om met de situatie om te kunnen gaan.

Tijdens mijn leven lees ik openlijk in een bijbel. Ik vind de verhalen prachtig, hoewel ik niet echt heel gelovig ben. Het is niet gewoon dat een vrouw leest ( zeker niet in een bijbel), en dat zij zelfstandig nadenkt. Hier wordt vreemd tegen aan gekeken. Ook dit is een soort daad van verzet van mijn kant. Om wie ik ben en wat ik doe, maar ook omdat ik geen kind heb voortgebracht, wordt ik geminacht. Zelfs door mijn eigen personeel. Ik voel dat heel duidelijk. Terwijl ik vroeger thuis een goede band had met mijn bedienden. Ik ga me hierdoor meer en meer afsluiten van de wereld.

Ik zie mijzelf op latere leeftijd: tenger, grijs haar met een slag er in, afstandelijk. Ontoegankelijk.
Ik sterf als ik een jaar of 55 ben. Mijn leven gaat als een nachtkaars uit. Ik zie mijzelf op mijn sterfbed liggen (of is het een baar?) een soort tafel met een donkerpaars kleed er over. Terwijl mijn lichaam nog opgebaard ligt, sta ik eenvoudigweg op. Ik denk: “Nou, dit was het dan”, en ga vervolgens naar het Licht. Daar wordt ik opgewacht en verwelkomd door mensen die mij dierbaar zijn. Het voelt weer even prettig als in mijn jeugd.

Op aanraden van Wendy maak ik contact met deze dame. Heeft zij nog iets nodig van mij? Wil zij iets kwijt?
De jonkvrouw zegt tegen mij dat ik niet de fout moet maken die zij heeft gemaakt. Ik moet blijven nadenken en de ervaringen in mijn leven blijven gebruiken om van te leren. Ik zeg tegen haar dat ik zie dat haar leven niet het leukste was, maar dat zij wel heeft gezorgd dat ik ook háár ervaringen in mijn huidige leven kan gebruiken. Zoals afwijkend durven zijn van de norm, en het beschouwelijk over je eigen leven na kunnen en durven denken. Ik spreek hierover mijn dankbaarheid naar haar uit. Dan is ze weg…

Dit was mijn eerste sessie bij Wendy. Een hele belevenis. De dagen erna denk ik veel na over wat er naar voren is gekomen tijdens de sessie. Dan gebeurt er ineens iets speciaals: er volgt spontaan nog een klein inzicht… Later terugdenkend aan deze sessie weet ik ineens dat ik dit huwelijk wel degelijk ook zelf gewild heb omdat ik hogerop wilde. Dit was dus niet alleen de wens van mijn ouders, ook ikzelf koesterde de hoop op standsverbetering. Kennelijk was dit feit te pijnlijk om tijdens de sessie te erkennen, daar het me een leven in eenzaamheid en afzondering heeft opgeleverd. Toch voel ik heel duidelijk, dat dit de waarheid is, en dat dit ook een belangrijk onderdeel is van het verhaal.

Toch wel heel bijzonder dat dit na 700 jaar nog even rechtgezet moest worden….

Sessie 2: De Oorlog In
Al in de auto naar Wendy toe bemerk ik een vaag gevoel van onrust bij mezelf. Omdat ik een drukke week achter de rug heb sla ik daar niet zo’n acht op.

Net als de eerste keer beginnen we met een kop thee en een praatje. Deze sessie heb ik niet een concrete, afgebakende vraag, maar wil ik graag verder gaan op mijn oorspronkelijke zoektocht naar waarom ik me vaak zo’n buitenstaander voel. Het is alsof ik op zo’n moment niet gezien wordt. Alsof ik niet besta.

Ik babbel honderduit over de vorige keer. Over wat er gebeurd is en wat er daarna gebeurd is en hoe ik allemaal heb ervaren wat er gebeurd is. Ik praat en praat en ik realiseer me dat ik wel héél veel praat. Ineens kan ik ook mijn gevoel van onrust plaatsen. Ik ben bloednerveus!
Vreemd, want waar zou ik nerveus voor moeten zijn? Ik ben al een keer bij Wendy geweest en weet nu een beetje hoe een regressie in zijn werk gaat. En waarom zou ik me al ruim vóór de sessie zo moeten voelen? Ik ga toch geen examen afleggen? Wendy ziet er in ieder geval een goede aanleiding in om te beginnen en ik ga nog even naar het toilet. Onderweg naar beneden verwonder ik me over dat gevoel van onrust. Ik probeer het voor mezelf te verwoorden en bedenk me dat het net zo voelt alsof je in de rij voor een attractie staat op de kermis: eigenlijk durf je niet zo goed, maar toch ga je uit eigen beweging in die rij staan om er in te mogen.

Meteen staat het beeld van een wachtrij op mijn netvlies gebrand. Ik houd het beeld angstvallig vast en zorg dat ik zo snel mogelijk weer boven ben. Ik plof neer en meteen is de tweede sessie begonnen…

Ik sta in een brede rij met allemaal mannen. Het is schemerig, druilerig weer. Flarden motregen in het licht van een gaslamp. Natte jassen.
Ik sta in een rij en ik ben doodsbang, hoewel ik hier zelf voor gekozen heb.
Ik ga de oorlog in.

Vrijwillig.

Niet omdat ik zo graag wil, niet omdat ik zo graag wil vechten, maar omdat ik het noodzakelijk acht voor de goede zaak te strijden. Thuisblijven is geen optie, ik ben dit moreel verplicht. Ik ben zeer gezagsgetrouw.
Ik weet ook wat ik achterlaat: mijn vrouw. Ze heet Betty en heeft rossig haar. Ik heb een heel duidelijk beeld van haar. Omdat het te pijnlijk is voor mij om mijn vrouw achter te laten sluit ik me emotioneel voor haar af. Ik gooi de deur dicht. Na deze “openingsscene” zie ik ineens niks meer van dit leven. Het voelt alsof het verhaal abrupt ophoudt. Ben ik nou al dood?

Wendy laat me teruggaan naar het moment vlak voor het verhaal stopt.

Ik zie een explosie. We zijn gebombardeerd! Ik was blij dat de vliegtuigen kwamen, dat was een goede oplossing. Ik ben ook blij dat dit leven voorbij is. Ik heb zulke verkeerde keuzes gemaakt, dit leven is zo mislukt.

Ik vind het ergens wel sneu voor mijn vrouw Betty, maar tegelijk weet ik dat we elkaar weer zullen zien. Het voelt heel sterk alsof we een afspraak hebben daarover.

Langzaam komen ook de herinneringen aan wat ik in het gebouw deed: Ik leid jonge jongens op die ook de oorlog in gaan. Ikzelf ben afgekeurd, maar vanwege mijn (hogere?) opleiding en het feit dat ik dingen goed kan uitleggen willen ze me wel als instructeur hebben.

Ik geef les over hoe het er aan toe gaat in het leger. Breng hen de regels bij. Aanvankelijk doe ik dit zeer concensieus. Later dringt het besef tot mij door waar ik nu eigenlijk mee bezig ben: deze jongens gaan regelrecht hun einde tegemoet. En ik draag daar aan bij. Deze wetenschap brengt mij in enorme gewetensnood. Maar het is te laat, ik kan niet meer terug. Ik moet blijven meedoen in dit toneelstuk. Om het aan te kunnen sluit ik me nu overal voor af. Ik wil niets meer voelen. Ook niet meer de liefde voor mijn vrouw, dat is me te pijnlijk. We schrijven elkaar nog wel brieven, maar ik laat haar in emotioneel opzicht niet meer toe in mijn leven.

Ik voel me in en in triest. Tranen wellen in me op. Wat heb ik gedaan? Ik wordt overvallen door een enorm schuldgevoel over alles en iedereen die ik in dat leven in de steek heb gelaten. Wendy laat me een moment tot mezelf komen en vraagt me daarna of ik meer over mijzelf kan vertellen. Wie ben ik? Waar kom ik vandaan?

Ik weet dat ik uit een groot Katholiek gezin kom. Ierland. Betty en ik hebben geen kinderen. Ik voel dat ik me dit heel erg aantrek, ik ben mislukt als man. Ook daarom ben ik de oorlog ingegaan, om me in ieder geval op het slagveld nog te kunnen bewijzen. En ook daarin ben ik dus niet geslaagd, want ik werd afgekeurd en heb het slagveld nooit te zien gekregen.

Twee keer als man mislukt. Het voelt letterlijk als een waardeloos leven.

Wendy vraagt me bij dit gevoel te blijven. Wat doet het met me? Heeft dit iets te maken met het feit dat ik me in dit leven zo’n buitenstaander voel? Ik probeer het gevoel vast te houden en wacht af of er nog meer komt. Dan gebeurt er iets vreemds:

Terwijl ik een grapje probeer te maken over het feit dat dit nu al het tweede leven is waarin ik geen kinderen heb, terwijl ik zelf wel iedere keer herboren wordt, overvalt mij ineens een enorm gevoel van intense woede. Wat is dit nu weer? Wat gebeurt er? Ik ben van mijn stuk gebracht door deze onverwachte omslag en probeer de woede onder controle te houden. Dat lukt, maar onwillekeurig dringen zich toch wat beelden aan mij op. Een woestijn, zandkleuren om mij heen. Flesjes op een plank. Ik ben een vrouw.

Kennelijk heeft mijn uitspraak over kinderloosheid iets geraakt dat heel diep zit, uit een leven waarvan ik meteen voel dat het heel lang geleden is.

Gezamenlijk besluiten we dit onverwacht opduikende leven te “parkeren” voor een volgende keer omdat het anders wel erg verwarrend wordt. Eén leven tegelijk! Wendy brengt me weer terug naar de huidige regressie.

De beelden buitelen nu over elkaar heen. Het zijn beelden van mezelf, maar dan als twee verschillende persoonlijkheden tegelijkertijd: een klein jongetje dat graag het leger in wil vanwege het uniform en het geweer. Daarnaast de volwassen man die objectief is en rationeel denkt. Allebei zijn ze sterk aanwezig. Ik zie nu ook een mierzoet beeld van een blond jongetje in een wit pyamaatje. Het lijkt wel een soort bidprentje! Ben ik nou al weer dood? Maar hoe kan ik dan tegelijkertijd die volwassen man zijn?

Plotsklaps zie ik het beeld van een barende vrouw. Het is een miskraam. Ik hoor iemand zeggen dat “het beter is dat dit (het jongetje) niet levend ter wereld is gekomen”.

Ik ben al in de baarmoeder gestorven! Ik weet meteen dat dit is omdat er iets mis is gegaan. Ik zou zwaar gehandicapt ter wereld zijn gekomen, en waarschijnlijk toch niet lang hebben geleefd. Wat ik zie is dus het kleine jongetje dat ik eigenlijk had moeten zijn! Omdat ik toch per sé wil leven, krijg ik echter een nieuwe kans. Ik word opnieuw in dit gezin geboren en later ben ik de volwassen man in deze regressie. Meteen weet ik ook de naam van het ongeboren jongetje: Angus.

Bijzonder is dat Wendy deze naam tegelijkertijd met mij in haar hoofd heeft. Het voelt ook alsof Angus nog steeds een beetje bij me is. Deel van mij uitmaakt. Kan dat? Het voelt in ieder geval goed en ik vind het prima zo.

Met het “terugvinden” van Angus is deze sessie voorbij. Alles somberheid verdwijnt en het desolate gevoel dat de hele sessie op de achtergrond aanwezig is geweest, is als bij toverslag verdwenen. Ik ben blij en voel me licht en vrolijk. Ook de praktijkruimte van Wendy lijkt ineens lichter. Is de zon nou harder gaan schijnen of lijkt dat maar zo?

Kennelijk is het Angus geweest waar deze sessie om draaide. Na zijn komst in het verhaal verdween mijn verdriet over een verloren leven meteen naar de achtergrond. Wat me nadien bij blijft, telkens als ik aan deze sessie terugdenk, is een gevoel van lichtheid en vrolijkheid. Ik ben er en mag gezien worden. Of moet ik zeggen: ik ben er weer en mag nu gezien worden?

Sessie 3: De Egyptische prinses
Nadat in de vorige sessie ineens – out of the blue – een vrouw naar voren kwam en ik net zo plotseling een enorme woede voelde, was ik toch wel zeer nieuwsgierig geworden naar deze persoonlijkheid. Wendy en ik besluiten terug te gaan naar haar.

Aanvankelijk gebeurt er niets. Daar maak ik me niet druk over, want de ervaring leert inmiddels dat er zich altijd wel iets aandient. Nu echter niet. Ik begin het al een beetje vreemd te vinden als er toch ineens een beeld opkomt.

Het is een Egyptische dame. Tenger, wit gewaad om zich heen gedrappeerd, zwart haar. Ze staat in een vierkante opening, een soort poort. Ik krijg de indruk dat het een tempel betreft. Bij dat beeld blijft het ook verder, ik krijg niet echt vat op.

Op aandringen van Wendy probeer ik contact met haar te maken. Ik nodig haar uit om meer te laten zien.

Nu zijn we ineens in een duistere ruimte, slechts verlicht door een fakkel aan de wand. Ook nu weer gaat het allemaal tergend langzaam. Het begint me nu te dagen: deze dame laat graag op zich wachten! Zich bewust van haar stand neemt zij overal de tijd voor en laat zich vooral niet haasten. Nu wast zij haar handen. Ik zie haar dit heel geconcentreerd doen. Het lijkt wel een soort ritueel. Ik zie een grote, vlezige man bij haar met een kaal hoofd. Een soort slaaf of bediende. Hij verdwijnt weer en ik voel dat we nu echt alleen zijn. De dame lijkt me een soort prinses. In ieder geval een hooggeplaatst iemand, een adelijk persoon.

Ik probeer contact te maken met haar, nodig haar uit voor een gesprek. Spontaan krijg ik een stuk tekst in een Arabische taal te horen, waarschijnlijk Egyptisch. Ik ben verbijsterd. Ik spreek geen woord van welke Arabische taal dan ook, en nu “hoor” ik ineens deze tekst! Dit verzin ik echt niet! Ik begrijp niet woordelijk waar het over gaat, maar “weet” dat het een soort rituele bezwering is in de trant van: “…zoon van Horus, beschermer van die en die, Heiligste der Heiligen…,” etc. Omdat de dame kennelijk doorheeft dat ik haar niet versta, schakelt ze van het ene op het andere moment over op beelden. Alsof er een diaprojector wordt aangezet. Bizar!

Het eerste wat ik te zien krijg is weer die bediende. Een grote man met alleen een lendedoek om zijn blote bast. Het woord “eneug” schiet door mij heen, maar dat vind ik zó clichématig dat ik het gelijk weer verdring. Het is overigens geen Egyptische man, het is een Romein (weet ik meteen). Hij ziet er bleek en pafferig uit. Ik krijg verder helemaal geen beeld over het hoe of waarom hij daar terecht is gekomen. Het lijkt ook wel alsof hem dat allemaal niet zo kan schelen. Hij komt nogal emotioneel afgevlakt op mij over.

Nog steeds gaat deze sessie nogal moeizaam. Ik krijg de beelden maar mondjesmaat door, er zit geen lijn in en ik heb geen idee wat de boodschap nou precies is. Het voelt alsof ik het er echt uit moet “trekken”. Het is hard werken deze keer…

Dan krijg ik ineens een beeld door van de Egyptische dame. Ze is zwanger! Ze is beloofd aan een ander hooggeplaatst iemand – om uitgehuwelijkt te worden, en nu is ze zwanger! Het voelt alsof ze in tijdnood is. Ze weet niet hoe ze de baby kwijt moet raken.

Wendy vraagt of de situatie iets te maken heeft met de bediende die de hele tijd in beeld is. Is er tussen hen iets gebeurd waardoor ze zwanger is geraakt? Ik “weet” echter meteen dat dit niet het geval is. Nu vraagt Wendy of er misschien iets gedaan is met deze man waardoor het sowieso niet meer mogelijk is dat hij kinderen kan verwekken. Met andere woorden: is hij misschien gecastreerd? Nu blijkt dus dat mijn eerste ingeving over een eneug dus toch niet zo clichématig was. Ik “weet” dat hij inderdaad gecastreerd is. Dat maakt ook meteen de reden duidelijk waarom hij zo bleek en pafferig is, en emotioneel afgevlakt. En ik weet nu ook ineens hoe hij heet: Marcus!

We gaan terug naar de Egyptische dame: Ik zie haar op latere leeftijd en voel de haat en de verbittering. Haar baby is haar afgepakt, en hier is ze nooit meer overheen gekomen. Ik zie een soort priesterfiguur die de baby offert. Hij doet dit om iets “slecht” in iets “goeds” te transformeren. Het begint nu langzaam ook duidelijk te worden wat de boodschap is achter deze beelden: de dame heeft een vloek uitgesproken. Hierdoor zit ze echter net zo hard vast in dat leven, omdat de vloek haar daar ook vasthoudt.

Bovendien heeft ze zich voorgenomen om nooit meer kinderen te baren. Om deze pijn, dit verlies, nooit meer te hoeven voelen. Zou dit het begin zijn geweest van de serie levens waarin ik geen kinderen kon of wilde krijgen? Ik heb er bij Wendy nu al drie op rij mee mogen maken, en ook in mijn huidige leven heb ik niet bepaald een sterke kinderwens.
Ik besluit te visualiseren dat ik de dame haar baby teruggeef. Dit gaat met veel emotie gepaard. Er wordt gehuild en de dame schreeuwt het uit. Tegelijk wordt het beeld dat ik heb kleiner en de dame verdwijnt. Ik weet dat zij is nu verlost van de vloek die ook haar trof, en bovendien heeft zij haar kind terug.

Daar stopt het verhaal. Het lijkt alsof hiermee alle problemen de wereld uit zijn. Er knaagt echter iets aan me. Dit ging té soepel, té gemakkelijk. Een paar duizend jaar aan een vloek vastzitten en dan even in een oogwenk geheald zijn? Dat gaat er bij mij niet in.

Wendy probeert er een logische draai aan te geven. Het zou wel moeten kunnen. Geheald is geheald. En het voelt inderdaad lichter, anders. Ok. Alsof hiermee inderdaad het probleem is opgelost. Het moet maar, maar helemaal kloppen vind ik het niet. Dan gebeurt er iets waar ik niet op gerekend had:

Ineens verschijnt Marcus weer in beeld. Hij kijkt me vragend aan. Dat is nieuw voor me en verbaast me ook een beetje. In de vorige sessies heb ik altijd wel beelden gezien, maar nooit echt zo direkt contact gehad. Wat wil hij van me? Het lijkt wel of hij ergens toestemming voor vraagt. Toe maar jongen, ga maar. Je bent vrij. Ik voel nu dat hij al die tijd ook vast heeft gezeten, omdat hij koste wat kost bij de dame wilde blijven om haar te beschermen. Misschien heeft hij zelfs een belofte gedaan. Nu de vloek is opgeheven en de dame weg is (met haar baby!), is de weg ook vrij voor hem om te gaan. Met een grote, brede grijns zie ik hem zijn zak met schamele bezittingen over zijn schouder gooien en op zijn gemak wegkuieren. Zelfs aan zijn rug zie ik nog dat hij grijnst….

Wendy en ik praten nog even na over deze sessie. Ik ben wat verongelijkt. Had toch iets meer spektakel verwacht. Volgens Wendy (die hier om moet lachen), is alles nu eenmaal mogelijk.
Opeens slaat ze haar hand voor haar mond en roept: “Marcus!” In een split second valt bij mij ook het kwartje. Marcus! De schooier! We beginnen allebei te lachen.

Ik was in dit leven helemaal geen Egyptische prinses, ik was Marcus, haar bediende. En wat doet een bediende, een slaaf, zonder invloed, zonder macht, bijna letterlijk aan handen en voeten gebonden? Hij zorgt gewoon dat hij via een omweg zijn zin krijgt! Wie weet hoe lang hij op deze gelegenheid heeft moeten wachten. Maar nu het moment daar was heeft hij het wel voor elkaar gekregen. Baby terug, Prinses gered, hij ook vrij. Grote klasse, Marcus!

Nu valt ook de rest op zijn plek. Ik begrijp waarom ik zo weinig emoties voelde bij de verschillende scenes. En ook waarom de beelden ook een beetje “geprojecteerd” leken. Zelfs mijn kinderloze status in dit huidige leven blijft in deze nieuwe “verhaallijn” logisch.

Tevreden neem ik afscheid. Geen spektakel, wel een zeer onverwachte wending aan het einde waar ik de dagen er na telkens met een grote glimlach aan terug denk!

Op de volgende pagina kun je lezen voor wie en voor welke klachten regressietherapie in het algemeen een geschikte therapievorm kan zijn: