Waarom je smartphone soms meer kapot maakt dan je lief is

Waarom je smartphone soms meer kapot maakt dan je lief is

1026
0
smartphone

Vanmiddag zag ik het weer: een scene die een glimlach op mijn gezicht bracht, tot ik het hele plaatje zag. Een klein jongetje dat lachend op zijn vader afrent, een vader die het kind optilt en op één arm draagt – hartverwarmend tot ik doorloop en de andere kant zie: de smartphone in vaders andere hand, zijn blik op oneindig, afwezig, zijn aandacht niet bij het kind maar bij het gesprek aan zijn oor.

Ik zie het elke dag, en steeds vaker. Moeders die lopen te appen, de kinderwagen blind voor zich uitduwend, soms bijna de straat op, hun aandacht niet bij de baby maar bij Whatsapp. Een vader met een kleuter op zijn nek die zich zelf vast moet houden met zijn kleine handjes in vaders haar, want pappa is aan het internetten, zijn aandacht bij een apparaatje.

Ook onderzoek wijst uit: er wordt in Nederland massaal geappt. Gemiddeld ontvangen we 65 appjes per dag en versturen er 30, blijkt uit onderzoek van Multiscope onder 1372 Nederlanders. Vooral de groep 18 tot 34-jarigen appt intensief: zij ontvangen gemiddeld 150 berichten per dag en sturen er zelf rond de 60 (bron: Multiscope).

Waarom maak ik me hier zo druk om, zul je je als lezer misschien afvragen. Is dat nou zo erg?
Nee, als we af en toe met onze aandacht bij onze smartphone zijn ipv bij ons kind is dat niet erg.
Maar als ouders (en broers en zussen, en opa’s en oma’s, etc) stelselmatig niet in verbinding zijn met kinderen maar met één oog op hun smartphone kijken of met één hand zitten te chatten, kan dat schadelijke gevolgen hebben voor het kind. Ik zal uitleggen waarom.

Aandacht en verbinding zijn alles voor opgroeiende kinderen. Zelfs voor baby’s. Een kind krijgt nog liever negatieve aandacht (bijvoorbeeld door zich te ‘misdragen’) dan géén aandacht.

Echte, authentieke aandacht van papa of mamma betekent verbinding en zorgt ervoor dat het kind zich veilig voelt, dat het voelt dat het er mag zijn, dat het oké is, dat het er is. Kinderen hebben die spiegel van onverdeelde aandacht nodig om op te kunnen groeien tot evenwichtige volwassenen die weten wie ze zijn.

Kinderen zijn uiterst gevoelig, en zullen voelen als ouders niet écht met hun aandacht bij hen aanwezig zijn. Ze zullen het weten als hun ouders niet aanwezig zijn in het hier en nu. Een kind af en toe een ‘Ja hoor, schat’ toewerpen met de blik op de telefoon of tablet gericht, is geen aandacht.

Een hele generatie kinderen groeit op in ‘spookhuizen’ en in een ‘spookmaatschappij’: bij mensen die niet werkelijk aanwezig zijn, die ongrijpbaar zijn. Je ziet ze wel maar ze zijn er niet echt.
Dan staan er voor kinderen een paar wegen open: ook vluchten in de technologie, dezelfde verslaving aan apparaatjes die de schijn van verbinding en plezier beloven maar je loskoppelen van je lichaam, het hier-en-nu, de wereld en de echte mensen om je heen. Of: vluchten in dissociatie en de wereld van de fantasie (nieuwetijdskinderen zijn hier meester in). Of: ‘acting-out’: agressief gedrag vertonen om aandacht en verbinding op te eisen.

Kun je je voorstellen wat het met je doet als je opgroeit bij mensen die wel fysiek aanwezig zijn, maar niet werkelijk verbinding met je maken? Kinderen zoeken altijd de oorzaak bij zichzelf. Kinderen geloven altijd in de eerste plaats dat wat er mis is, aan hen ligt. Stel je eens voor wat kinderen gaan geloven die stelselmatig worden genegeerd voor elektronische apparaatjes. Ze zullen gaan denken dat ze niet belangrijk genoeg zijn, dat ze er niet genoeg toe doen, dat ze niet interessant genoeg zijn, dat ze het niet waard zijn verbinding mee te maken.
Ze zullen ook leren dat aanwezig zijn in de wereld, in je fysieke lichaam leidt tot eenzaamheid en vervreemding, dat vluchten in technologie de enige manier is om de schijn van contact en zin te ervaren.

Laten we daar eens aan denken de volgende keer dat we de ‘pling’ horen van een Whatsapp berichtje.
Dat kan toch wel even wachten?

Dit artikel van Wendy werd eerder gepubliceerd op Nieuwetijdskind